Meer energie begint niet altijd met meer doen. Ontdek hoe training, ademhaling, herstel en mentale patronen samen bepalen hoe jij je energie gebruikt.

Je wordt moe wakker. Rond drie uur ’s middags zakt je energie weg. Je sleept jezelf door de werkdag heen, probeert als het al lukt nog even te trainen en bent ’s avonds eigenlijk te moe om nog iets anders te doen.
Misschien voel je je steeds vaker moe en futloos. Of heb je het gevoel dat je geen energie meer hebt voor de dingen die je normaal gesproken graag doet.
Dus zoek je naar manieren om meer energie te krijgen.
Misschien vraag je jezelf af: hoe kan ik meer energie krijgen? Meer koffie. Een extra supplement. Toch maar weer trainen of juist een avond op de bank.
Maar wat als je probleem niet is dat je te weinig energie kunt maken, maar dat je lichaam moeite heeft met energie verdelen, gebruiken en herstellen?
Duurzame energie gaat namelijk niet alleen over hoe fit je bent. Het gaat ook over hoe goed je kunt schakelen tussen inspanning en herstel, hoe je ademt, hoeveel mentale ruimte je hebt en welke keuzes je iedere dag maakt.
De vraag is daarom niet alleen: hoe krijg ik meer energie?
De interessantere vraag is:
Hoe leer ik mijn energie beter gebruiken?
Wanneer je weinig energie hebt, is bewegen misschien wel het laatste waar je zin in hebt.
Toch is regelmatig bewegen één van de fundamenten van een energiek lichaam.
Niet omdat iedere training je direct energie moet geven, maar omdat je lichaam zich aanpast aan de belasting die je het geeft.
Krachttraining kan je sterker maken. Conditietraining kan je uithoudingsvermogen verbeteren. (Sport)specifieke training kan ervoor zorgen dat je efficiënter beweegt.
Maar goed trainen betekent niet simpelweg: meer doen.
Het betekent de juiste prikkel geven en je lichaam vervolgens de ruimte geven om zich aan te passen.
Daarom kijk ik binnen personal training niet alleen naar hoeveel gewicht je kunt tillen of hoeveel herhalingen je kunt maken. Ik kijk juist naar hoe je beweegt, hoe je lichaam reageert op belasting en wat je nodig hebt om verder te komen.
Het is dan ook een fabel dat je na elke training volledig leeg moet zijn om vooruitgang te boeken.
Sterker nog: soms is minder doen precies wat je nodig hebt om meer te kunnen doen.
Als je je afvraagt hoe je meer energie kunt krijgen, kan regelmatig en goed afgestemd sporten een belangrijk onderdeel zijn. Niet om jezelf nog meer uit te putten, maar door je lichaam sterker en belastbaarder te maken.
Je ademhaling is voortdurend in beweging.
Tijdens inspanning verandert je ademhaling. Wanneer de intensiteit stijgt, neemt je ademfrequentie toe. Wanneer je herstelt, verandert je ademhaling opnieuw.
Dat klinkt logisch.
Toch verwachten veel mensen van hun ademhaling dat die altijd hetzelfde moet zijn.
Rustig. Diep. Door de neus. Altijd.
Zo werkt het lichaam niet.
Je ademhaling tijdens een sprint hoort niet hetzelfde te zijn als wanneer je op de bank zit. En je ademhaling vlak voor een belangrijke presentatie hoeft niet hetzelfde te zijn als wanneer je gaat slapen.
Je ademhaling moet zich kunnen aanpassen aan de situatie.
Dat is ook waarom ademcoaching voor mij niet draait om het aanleren van één perfecte ademhalingstechniek.
We kijken naar je adempatroon in rust én tijdens inspanning. Naar ademfrequentie en ademvolume, maar ook naar je fysieke mogelijkheden om goed te kunnen ademen zoals je houding, ribbenkast en middenrif.
Vervolgens leer je je ademhaling beter af te stemmen op wat je op dat moment nodig hebt.
• Activeren wanneer je moet presteren.
• Efficiënt blijven wanneer de belasting oploopt.
• Terugschakelen wanneer je lichaam weer mag herstellen.
Het doel is dus niet om altijd rustig te ademen.
Het doel is om flexibel te kunnen ademen.
Wanneer je wilt weten hoe je meer energie kunt krijgen, is het daarom interessant om niet alleen te kijken naar slaap, voeding of training. Ook de manier waarop je lichaam omgaat met inspanning, spanning en herstel, en de rol die je ademhaling hierin speelt, zijn belangrijk.
Meer energie betekent niet altijd dat je méér gas moet geven.
Dit is misschien wel één van de grootste misverstanden rondom energie.
Wanneer mensen weinig energie ervaren, proberen ze vaak harder te gaan.
Nog een koffie.
Nog een training.
Nog even doorwerken.
Nog één taak.
Maar je lichaam moet niet alleen kunnen activeren.
Het moet ook kunnen herstellen.
Wanneer je voortdurend veel van jezelf vraagt zonder voldoende herstel, kan het steeds moeilijker worden om daadwerkelijk tot rust te komen.
Je bent misschien lichamelijk moe, maar merkt dat je hoofd nog steeds aanstaat.
Je zit op de bank, maar bent ondertussen bezig met morgen.
Je gaat naar bed, maar je lichaam voelt nog steeds alsof het iets moet doen.
Soms merk je dat je niet kunt ontspannen, zelfs wanneer je daar eindelijk de tijd voor hebt.
Dan is de oplossing niet automatisch nóg een manier om jezelf te activeren.
Soms moet je juist leren terugschakelen.
Dat klinkt misschien tegenstrijdig wanneer je zoekt naar manieren om meer energie te krijgen, maar meer energie betekent niet dat je voortdurend actief moet zijn.
Juist het vermogen om te schakelen tussen inspanning en herstel kan ervoor zorgen dat je energie beter kunt gebruiken.
Herstel wordt vaak gezien als iets wat je doet wanneer je training voorbij is.
Maar herstel is onderdeel van trainen.
Een trainingsprikkel geeft je lichaam een reden om zich aan te passen. Die aanpassing ontstaat vervolgens in de periode waarin je lichaam voldoende kan herstellen.
Daarom zijn slaap, voeding, rust en de verdeling van je trainingsbelasting geen bijzaken.
Ze bepalen mede wat je uit je training haalt.
Een goed trainingsschema bestaat dus niet alleen uit de vraag:
Wanneer ga ik trainen?
Maar ook:
Wanneer geef ik mijn lichaam de ruimte om te herstellen?
Meer trainen is niet automatisch beter trainen.
Wanneer je structureel meer belasting opbouwt dan je kunt herstellen, kan overtraining een risico worden. Het doel is daarom niet om jezelf steeds verder uit te putten, maar om de juiste balans te vinden tussen belasting en herstel.
De juiste balans tussen belasting en herstel zorgt ervoor dat je lichaam sterker wordt en beter herstelt.
Ook voeding speelt natuurlijk een rol wanneer je wilt weten hoe je meer energie kunt krijgen.
Je lichaam heeft energie en voedingsstoffen nodig om te kunnen bewegen, trainen en herstellen. Maar ook hier geldt: meer is niet automatisch beter.
De vraag is niet alleen wat je eet, maar ook of je voedingspatroon past bij wat je lichaam iedere dag van je vraagt.
Wanneer je structureel weinig energie hebt, kan het daarom interessant zijn om te kijken naar het geheel: je training, slaap, herstel, stress en voeding.
Je kunt een goed trainingsschema hebben, gezond eten en voldoende slapen en toch het gevoel hebben dat je voortdurend achter de feiten aanloopt.
Energie is niet alleen fysiek. Gedachten kosten dan wel geen calorieën zoals een training dat doet, maar voortdurend piekeren, controleren, plannen en jezelf onder druk zetten kan wel degelijk invloed hebben op hoe je een dag ervaart.
Dit kan zich bijvoorbeeld uiten als mentale vermoeidheid. Je lichaam is misschien niet volledig uitgeput, maar je hoofd voelt vol.
Misschien ben je vooral mentaal moe.
Misschien herken je dit:
Je hebt eigenlijk tijd om te ontspannen, maar voelt je schuldig omdat je niets doet.
Je bent moe, maar vindt dat je nog moet trainen.
Je hebt een vrije avond, maar bent in gedachten alweer bezig met alles wat morgen moet.
Of je stelt steeds hogere eisen aan jezelf, omdat je denkt dat je pas tevreden mag zijn wanneer alles goed gaat.
Hier komt coaching om de hoek kijken.
Binnen ACT, Acceptance and Commitment Therapy, kijken we niet naar hoe je alle negatieve gedachten kunt uitschakelen.
Dat hoeft ook niet.
Je leert juist om gedachten en gevoelens minder bepalend te laten zijn voor wat je doet.
Soms betekent goed voor jezelf zorgen dat je gaat trainen.
En soms betekent het dat je juist niet gaat trainen.
Het verschil zit in bewust kiezen in plaats van automatisch reageren.
Wanneer je zoekt naar ‘hoe kan ik meer energie krijgen’, is het daarom ook interessant om te kijken hoeveel energie je dagelijks kwijt bent aan dingen die je eigenlijk niet verder helpen.
Als ik kijk naar energie, zie ik daarom niet één knop die je harder moet zetten.
Ik zie een systeem dat moet kunnen schakelen.
Van rust naar actie.
Van spanning naar focus.
Van inspanning naar herstel.
Van denken naar voelen.
Van presteren naar loslaten.
Dat is ook de reden waarom ik personal training, ademcoaching en ACT-coaching niet als drie volledig losse werelden zie.
Je lichaam, je ademhaling en je gedrag beïnvloeden elkaar voortdurend.
Een sterke basis begint bij leren luisteren naar wat je lichaam nodig heeft.
Daarna kun je gericht trainen.
Je ademhaling leren gebruiken wanneer de situatie daarom vraagt.
En onderzoeken welke gedachten en patronen ervoor zorgen dat je soms juist over je eigen grenzen heen gaat.
Meer energie krijgen gaat dan ook over het beter leren reguleren van je hele systeem in plaats van het naleven van een lijstje tips voor meer energie.
Kijk daarnaast naar je gedrag en patronen.
Welke keuzes geven je energie en welke keuzes kosten je structureel meer dan ze opleveren?
En leer voelen wanneer je gas moet geven én wanneer je moet loslaten.
Want duurzame energie betekent niet dat je je iedere dag energiek voelt.
Het betekent dat je lichaam en hoofd steeds beter kunnen omgaan met wat het leven van je vraagt.
Soms vraagt dat om kracht.
Soms om focus.
Soms om rust.
En soms om simpelweg even niets te doen.
Energie is niet altijd iets wat je moet vinden.
Het is iets wat je leert opbouwen, gebruiken en herstellen.
Wanneer je snel meer energie wilt, zijn eenvoudige dingen zoals een korte wandeling, bewegen, voldoende drinken, daglicht en een goede nachtrust vaak een goed begin.
Ervaar je structureel weinig energie? Dan is het belangrijker om te kijken naar de oorzaak en de balans tussen belasting en herstel.
Hier geldt ook, wanneer je je afvraagt wat te doen tegen vermoeidheid, begin dan bij de basis: slaap, voeding, beweging en herstel. Ook stress en mentale belasting kunnen invloed hebben op je energieniveau.
Heb je langdurig of onverklaarbaar last van vermoeidheid? Bespreek dit dan met je huisarts.
Vitamines of supplementen kunnen helpen wanneer je een tekort hebt, maar zijn niet automatisch de oplossing voor weinig energie.
Kijk daarom eerst naar de basis: slaap, voeding, beweging, herstel en stress. Een supplement kan iets aanvullen, maar vervangt geen goede basis.
Kijk naar de momenten waarop je energie daalt en wat daaraan voorafgaat.
Beweging, voeding, slaap, stress, training en mentale belasting kunnen allemaal invloed hebben op hoe je je gedurende de dag voelt.
In plaats van alleen te zoeken naar hoe je meer energie kunt krijgen, kan het daarom helpen om eerst te onderzoeken waar je energie gedurende de dag verloren gaat.
Ja. Je ademhaling beïnvloedt onder andere hoe je lichaam reageert op inspanning, spanning en herstel.
Door middel van ademcoaching leer je je ademhaling beter af te stemmen op wat de situatie van je vraagt. Hierdoor vergroot je je vermogen om te schakelen tussen de verschillende situaties en leer je beter met je energie om te gaan.
Voeding is één van de factoren die invloed heeft op je energieniveau. Je lichaam heeft voldoende energie en voedingsstoffen nodig om te kunnen bewegen, functioneren en herstellen.
Maar meer energie krijgen door voeding betekent niet automatisch dat je meer moet eten of bepaalde producten moet toevoegen.
Het gaat om het totaalplaatje en hoe je voeding past bij je leefstijl, beweging en herstel.
Wanneer je zoekt op ‘meer energie krijgen door supplement’, kom je veel verschillende producten tegen die beloven je energie te verhogen.
Een supplement kan in bepaalde situaties nuttig zijn, maar het is geen vervanging voor slaap, voeding, beweging en herstel.
Als je structureel weinig energie hebt, is het verstandiger om eerst te onderzoeken waarom dat zo is in plaats van direct naar een supplement te grijpen.
De zoektocht naar meer energie krijgen met pillen is begrijpelijk wanneer je je vaak moe voelt, maar een pil lost niet automatisch de oorzaak van weinig energie op.
Cafeïne en bepaalde supplementen kunnen bijvoorbeeld tijdelijk invloed hebben op hoe alert je je voelt. Dat betekent niet dat je lichaam daarmee daadwerkelijk meer capaciteit heeft opgebouwd.
Voor duurzame energie is het interessanter om te kijken naar training, ademhaling, voeding, slaap, herstel en mentale belasting.
Regelmatig bewegen kan bijdragen aan je fysieke conditie en energieniveau.
De juiste hoeveelheid en intensiteit zijn daarbij belangrijk. Wanneer je al overbelast bent, kan extra intensieve training juist meer herstel vragen.
Daarom is de vraag niet alleen óf je moet sporten, maar ook hoe, wanneer en hoeveel.
Ja. Personal training kan helpen om training beter af te stemmen op je huidige niveau, doelen en herstelcapaciteit.
Het doel hoeft daarbij niet alleen sterker of fitter worden te zijn. Een goed opgebouwd trainingsprogramma kan ook zorgen voor meer vertrouwen in je lichaam en meer structuur in je week.
Een ademhalingsoefening is een specifieke techniek die je op een bepaald moment kunt gebruiken.
Ademcoaching kijkt breder naar je ademhaling en naar hoe die zich gedraagt tijdens rust, inspanning en verschillende omstandigheden.
Het doel is om je ademhaling functioneler en flexibeler te maken.
Ja. Wanneer je langere tijd veel mentale of fysieke belasting ervaart, kan dit invloed hebben op hoe je je voelt en hoe goed je herstelt.
Daarom is het belangrijk om niet alleen te kijken naar hoeveel je doet, maar ook naar hoe je lichaam en hoofd reageren op die belasting.
Als je vermoeidheid langdurig aanhoudt, ernstig is, plotseling ontstaat of gepaard gaat met andere klachten, is het verstandig om eerst contact op te nemen met je huisarts.
Coaching en training zijn geen vervanging voor medische diagnostiek of behandeling.